Zo! Het schooljaar zit er bijna op. Je legt de laatste zware meters af. De finish is in zicht. Met het oog op de bokaal, die welverdiende vakantie, denk jij samen met je collega’s alvast na over hoe het nieuwe schooljaar eruit gaat zien. Welke keuzes maak je voor je PTA? Welke toetsen neem je af? Op welke moment toets je welk onderdeel? Hoe zwaar telt een toets mee? Hoe vaak toets je formatief of summatief? Poe. Genoeg stof om over na te denken. Wat in ieder geval belangrijk is, is dat je bewuste keuzes maakt in je toetsprogramma.

Hoe je dat doet? Daar helpen wij jou graag een eindje mee op weg. Dan is die finish er misschien eerder dan jij denkt.

In dit nieuwe blog nemen wij jou mee in de complexe wereld van programmatisch toetsen: een containerbegrip voor een vorm van toetsen en leren met als doel om breder te kijken naar de leerling als geheel, om zo een betrouwbaar oordeel te vellen over waar een leerling toe in staat is. Wij onderzoeken voor jou wat deze vorm van toetsen nu precies inhoudt.

Wij laten ons hiervoor inspireren door een webinar en artikel over programmatisch toetsen van Vernieuwenderwijs. Vernieuwenderwijs is een platform van, voor en door docenten, onderwijskundigen en andere onderwijsprofessionals die interesse hebben in onderwijs (innovatie). Woots heeft die interesse zeker en draagt graag een steentje bij aan innovatieve onderwijsideeën. Op onderzoek uit dan maar!

Waarom programmatisch toetsen?

Onderwijs en toetsen: onlosmakelijk met elkaar verbonden. Woots is niet voor niets in het leven geroepen als toetsplatform en toetsbibliotheek in één om een powerboost te geven aan jouw toetsen. Toetsen die meerwaarde bieden aan jouw onderwijs en aan het leerproces van jouw leerlingen.

De manier waarop we de laatste decennia toetsen, staat onder druk. Kritische geluiden over de eindtoets in groep 8 en het centrale eindexamen doemen op in onderwijsland. Waar zijn we mee bezig? Wat toets je wel en wat toets je niet? Waarom toetsen we zoveel op school?

Centraal staat de vraag wat een toets nu precies zegt over het niveau van een leerling. Jij wilt als docent vooral weten waar je leerling staat. Zo heb jij zicht op hoe jij als docent richting geeft aan de weg die de leerling bewandelt. Je stuurt hier en daar wat bij. De leerling zit achter het stuur en jij navigeert. Dat doe je door de data die je uit die toetsen haalt, te analyseren. Die analyse geeft jou de tools om je leerling te voorzien van de juiste informatie voor het afleggen van de persoonlijke route. Met vaste ijkpunten, dat wel.

Vernieuwenderwijs beschrijft het helder: het gesprek over toetsing is onderdeel van een breder maatschappelijk gesprek over onderwijs. Wel de focus op het leren als continue proces, niet het beoordelen en becijferen van dat leren. Zo gaat het bijvoorbeeld steeds meer over het belang van heldere doelen, succescriteria, feedback en hulp bij de vervolgstappen van de leerlingen: een programma vol met toetsen geeft hier weinig ruimte voor en kan zelfs een negatieve werking hebben op het leerrendement. Een programma met alleen maar formatieve toetsen en één groot summatief toetsmoment is ook niet wenselijk. De kunst is een evenwichtige programma samen te stellen dat recht doet aan het leerproces van de leerling, vanuit de brede kijk: waarom toetsen we wat we toetsen?

De kern van toetsen

Om te begrijpen wat programmatisch toetsen voor jou en je collega’s kan betekenen, nemen we eerst een stap terug: wat is toetsing eigenlijk?

Toetsen kent verschillende beschrijvingen. In de kern komt het neer op het in kaart brengen in hoeverre iemand iets kan of weet. Als docent toets je doorlopend tijdens je lessen wat jouw leerlingen weten of kunnen. Toetsen is niet alleen op een gezet moment elke leerling dezelfde toets laten maken. Toetsen van kennis of vaardigheden kun je ook door:

  • jouw leerlingen vragen te stellen over een onderwerp;
  • jouw leerlingen feedback te geven of te laten formuleren;
  • een quiz te doen;
  • wisbordjes te gebruiken;
  • oefenvragen te stellen;
  • zelfs de ouderwetse truc van het opsteken van de vinger te gebruiken.

Het zijn weliswaar kleine momenten van toetsen, maar deze momenten dragen zeker bij aan het beeld dat jij krijgt van de kennis en kunde van jouw publiek.

Toetsen kent verschillende functies

  • Beslisfunctie

Deze functie geeft jou als docent de tools om (objectieve) conclusies te trekken over het leerproces van jouw leerling. Waar staat deze leerling? Welke stof beheerst deze leerling wel of juist niet?

  • Leerfunctie

Deze functie zorgt ervoor dat leerlingen leren ván toetsen. Waar sta ik? Aan welk leerdoel werk ik de komende tijd? Maar ook: hoe kan ik effectiever leren?

  • Evaluatiefunctie

Deze functie geeft jou als docent inzicht in jouw onderwijs. Waar kun jij nog meer differentiëren? Welk onderdeel van de lesstof heeft nog meer aandacht nodig? Op welke manier bied je de stof aan?

Deze functies helpen jou een “brug te slaan tussen didactiek en leren”: precies waar toetsing voor staat (William, 2021).

Programmatisch toetsen: wasda?

Tijdens het ontwerpen van je curriculum, je toetsprogramma, maak je bewuste keuzes. Je neemt de functie van het toetsen onder de loep. Je wilt vooral dat toetsen nut heeft. Kijken waar de leerling staat in zijn, haar of diens leerproces. Belangrijk om te weten: programmatisch toetsen is een concept, geen recept. Wij vertellen jou niet welke keuzes jij moet maken. Wel willen wij jou inspireren om toetsen zorgvuldig in te zetten.

Programmatisch toetsen gaat uit van de idee dat jouw leerling tijdens zijn schoolcarrière complexe vaardigheden en competenties ontwikkelt, die nodig zijn in de nabije toekomst. Tijdens de vervolgopleiding, tijdens stages of op de arbeidsmarkt. Elke fase vraagt telkens weer om het adequaat gebruiken van die competenties. Deze complexe vaardigheden zijn niet in één toets te vatten en vragen dus om een bredere kijk op toetsen.

Toetsen is zweten, weten en weer vergeten!

Als je aan je leerlingen vraagt hoe zij tegen toetsen aankijken, dan laat het antwoord zich al raden. Leerlingen vinden toetsen verschrikkelijk. Vooral als het enkel summatief gebeurt. Dat levert geheid ‘gedoe’ op:

  • Hoe meer je summatief toetst, hoe minder herhaling jouw leerlingen krijgen. Hierdoor ontstaat er minder leerruimte, ook wel de ruimte die bijdraagt aan het leren.
  • Toetsen zijn vaak momentopnames. Dat heeft invloed op de toetsvaliditeit. Hoe betrouwbaar is het cijfer wat daar dan uitrolt? En wat zegt dat werkelijk over de competenties en prestaties van jouw leerlingen?
  • De samenhang van toetsen varieert regelmatig. Als er geen samenhang is tussen de verschillende onderdelen die je toets, zal de leerling geen verband leggen tussen het geleerde en het toepassen van deze kennis. Resultaat: los zand dat bijdraagt aan de leus: toetsen is zweten, weten en weer vergeten.

Hoe het meestal gaat: het cijfer is in the pocket. Leerlingen zijn tevreden of balen ervan (ouders vaak nog het meest) en dat is het dan. De meeste leerlingen vragen zich niet af met welke lesstof ze nog moeite hebben of welke stof ze juist tot in de finesses beheersen. Het is enkel het cijfer (de toetsuitkomst) dat telt. Zo ontstaat ook de welbekende zesjescultuur.

En dáár wil Woots nu juist verandering in brengen. Woots wil dat leerlingen leren ván toetsen, niet vóór toetsen. Beoordeel als docent niet de toetsuitkomst van je leerling, maar juist de leeruitkomst. Aan die leeruitkomst koppel je dan persoonlijke leerdoelen. Toetsen is dan een middel om het geleerde in kaart te brengen, niet een doel op zich. Zo stimuleer je een leerling het maximale uit zichzelf te halen.

“Woots wil dat leerlingen leren ván toetsen, niet vóór toetsen. Beoordeel als docent niet de toetsuitkomst van je leerling, maar juist de leeruitkomst. Aan die leeruitkomst koppel je dan persoonlijke leerdoelen.

Toetsen is dan een middel om het geleerde in kaart te brengen, niet een doel op zich. Zo stimuleer je een leerling het maximale uit zichzelf te halen.”

Op weg naar de finish met Woots

Met Woots ben jij in staat om de eerder genoemde ijkpunten op maat te maken voor jouw leerlingen, waarbij je uitgaat van wat jij wilt weten en meten. Wil je bijvoorbeeld zien waar de leerlingen staan vóór jouw uitleg over een bepaald onderwerp? Dat kan. Je creëert een toets als nulmeting. Maak daarbij makkelijk (her)gebruik van door (eerder gemaakte) vragen uit je itembank te gebruiken. Wat een itembank is? Tadaa! En hoe je dat zo’n toets maakt? Nou, eenvoudig. Dat doe je zo!

Een nieuwe versie van de toets is dan jouw vervolgmeting ná jouw uitleg. Nu alleen nog de resultaten per leerling bekijken en de opgaven analyseren: easy peasy. Zo heb jij een optimaal beeld van de kennisontwikkeling van jouw leerlingen en creëer je bouwstenen waarop je jouw lessen vormgeeft.

Vraag je bij het creëren van die ijkpunten af in hoeverre jouw manier van toetsen bijdraagt aan het leerproces van jouw leerling. Leert jouw leerling ván de toetsen of juist vóór de toetsen? Of staan die toetsen juist in de weg? Als je daar goed over nadenkt,  bied jij meerwaarde aan het leerproces van jouw leerling. Toetsen is ineens betekenisvol, een onderdeel ván het leerproces en niet een stress-op-de-weg.

Jij denkt inmiddels: kom maar op met die bokaal. Je bent er bijna. Neem onderweg handige hulpmiddelen mee. Een verrekijker bijvoorbeeld: daarmee bekijk je het leren en toetsen holistisch. Programmatisch toetsen dus. Uh, wacht, programmatisch Wootsen dus.